Hoe Werken Wij Overzicht

    • aa 3 accountants
    • Federatie van Balastingadviseurs

    Uitleg stamrecht B.V.

    Indien u ervoor kiest de vergoeding onder te brengen in een stamrecht B.V. zal de vergoeding in veel gevallen op een bankrekening gestort worden. Elk jaar zal de B.V. winst behalen met de rente die door de bank over de rekening worden vergoed. Op een spaarrekening ligt het rendement momenteel rond de 4%. Behalve deze opbrengsten zijn er voor de B.V. ook kosten. De B.V. zal de stamrechtverplichting jaarlijks oprenten tegen een zakelijk rentepercentage. Hierdoor wordt elk jaar de stamrecht verplichting hoger.

    Voorbeeld
    Stel u heeft een ontslagvergoeding van € 100.000 ontvangen. De ontslagvergoeding wordt op de spaarrekening van de B.V. gestort tegen een rente van 4% per jaar. De jaarlijkse oprenting over de stamrechtverplichting bedraagt 4%. Daarnaast zijn er jaarlijks onderhoudskosten van € 500.

    Opbrengsten: ....................... € 4.000
    Kosten:
    Oprenting: ............................. € 4.000
    Onderhoudskosten: ............ € 500
    Verlies: .................................. € 500

    Op deze manier zal er steeds geen winst worden gemaakt, waardoor u in de B.V. geen vennootschapsbelasting verschuldigd bent.

    Periodieke uitkeringen
    Op een bepaald moment, uiterlijk op 65-jarige leeftijd, zal de B.V. periodieke uitkeringen moeten doen. Om de vrijstelling te verkrijgen moeten er periodieke uitkeringen worden gedaan. Dit houdt in dat er meer dan 1 uitkering wordt gedaan en dat deze uitkeringen afhankelijk zijn van een bepaalde onzekere gebeurtenis. Vaak zal dit inhouden dat de uitkeringen stoppen op een vaste datum of bij eerder overlijden op dat moment. De kans op overlijden moet wel wezenlijk zijn, namelijk 0.96%. Om te beoordelen of er een wezenlijke overlijdenskans aanwezig is kunnen de sterftetabellen worden gehanteerd. Deze tabellen laten zien wat de minimale looptijd van een periodieke uitkering moet zijn om te voldoen aan de eis op de reële sterftekans.

    Voor vrouwen is de minimale looptijd nog steeds hoger dan bij de man, gezien de vrouw gemiddeld langer leeft dan de man.

    MAN
    Leeftijd | Minimale looptijd
    30 jaar | 120 maanden
    35 jaar | 84 maanden
    40 jaar | 60 maanden
    45 jaar | 41 maanden
    50 jaar | 27 maanden
    55 jaar | 17 maanden
    60 jaar | 10 maanden
    65 jaar | 6 maanden

    VROUW
    Leeftijd | Minimale looptijd
    30 jaar | 156 maanden
    35 jaar | 120 maanden
    40 jaar | 85 maanden
    45 jaar | 60 maanden
    50 jaar | 41 maanden
    55 jaar | 27 maanden
    60 jaar | 18 maanden
    65 jaar | 12 maanden

    Door de uitkeringen zullen zowel de liquide middelen als de stamrechtverplichting afnemen.